Uitleg aanslag

In het algemeen geldt dat je geld terugkrijgt als je in de loop van het jaar teveel belasting betaalde. Bijvoorbeeld omdat er teveel loonheffing is ingehouden. Of omdat je recht hebt op bepaalde heffingskortingen of aftrekposten (hypotheekrente, zorgkosten, giften etc.). Soms moet je betalen omdat er in het jaar te weinig belasting is ingehouden. Bijvoorbeeld vanwege bijverdiensten, omdat je meerdere (pensioen)uitkeringen tegelijk ontvangt of omdat je belasting moet betalen over je vermogen.

In het rapport dat je via de e-mail ontvangt als je de Aangiftecheck gebruikt, vind je een uitleg van de aanslag. We vermelden ter informatie hieronder de belangrijkste redenen waarom er betaald moet worden of er geld terugontvangen wordt.

Loonheffing
Ben je in loondienst, dan wordt er normaal gesproken door je werkgever de juiste loonheffing ingehouden. Dat geldt ook als je alleen maar een AOW-uitkering of een andere pensioenuitkering ontvangt. Heb je echter meerdere looninkomsten of (pensioen)uitkeringen tegelijk, dan zien we vaak dat de er te weinig loonheffing ingehouden is. En dat betekent vaak een groot bedrag betalen bij de aangifte. Dat wordt veroorzaakt doordat iedere werkgever/instantie maandelijks belasting in, alsof er geen andere inkomsten zijn. Ze beginnen allemaal te rekenen met het laagste belastingtarief. Maar in de aangifte komen alle deze inkomens samen en wordt over een (groter) deel van het inko­men belasting geheven. Daarnaast zien we vaak dat er teveel heffingskortingen zijn toegepast, omdat deze afnemen naarmate het inkomen stijgt.

Het kan natuurlijk ook zijn dat er teveel loonheffing is ingehouden. Dat zien we bij een gering inkomen, maar ook als je meerdere inkomens hebt en de werkgevers of instanties houden allemaal geen rekening met de zgn. loonheffingskorting. Bij de aangifte krijg je dan (een deel van) de loonheffing terug.

Winst uit onderneming
Heb je als zzp’er een positief resultaat uit je onderneming, dan zul je daar in de meeste gevallen nog wel belasting over moeten betalen. En daarnaast kennen we nog de inkomensafhankelijke bijdrage voor de zorgverzekeringswet. Heb je al betaald op een voorlopige aanslag, dan wordt die uiteraard verrekend met de definitieve aanslag.

Eigen woning
Heb je een eigen woning, dan heb je te maken met een bijtelling bij je inkomen. Op basis van de WOZ-waarde van je woning wordt een bedrag bij het inkomen geteld. Dat noemen we het eigenwoningforfait. Uitgangspunt is altijd de waarde van de eigen woning per 1 januari van het jaar voorafgaand aan het aangiftejaar. Naast het eigenwoningforfait heb je wellicht ook nog recht op aftrek van de rente en kosten van geldleningen (hypotheken). Je mag – onder voorwaarden – deze rente en kosten aftrekken van het inkomen. Dat levert je dus een belastingbesparing op ter grootte van de aftrekpost maal het belastingtarief.

Vermogen
Onder je fiscale vermogen in box 3 verstaan we bezittingen en schulden. Bij bezittingen moet je denken aan tegoeden op bankrekeningen, beleggingen, tweede woningen, verhuurde onroerende zaken en vorderingen. Als er per 1 januari van het aangiftejaar meer vermogen is dan het vrijgestelde bedrag, dan betaal je over je vermogen de zgn. vermogensrendementsheffing. Deze in de volksmond ook wel spaartaks genoemde belasting wordt berekend aan de hand van een vastgesteld rendementspercentage. Daarover wordt dan 30% belasting geheven.

Aftrekposten
Naast de aftrekpost van de eigen woning kennen we ook nog aftrekposten als zorgkosten, giften, studiekosten, alimentatie en premies lijfrenten. Doordat een aftrekpost het inkomen verlaagt, ga je minder belasting betalen. Dit zal dan in veel gevallen leiden tot een teruggave van reeds ingehouden loonheffingen.

Heffingskortingen
Heffingskortingen zijn kortingen op de belasting. Hierdoor hoef je minder belasting te betalen. Meestal heb je recht op 1 of meer van heffingskortingen. Via je loon, pensioen of uitkering wordt (deels) al rekening gehouden met bepaalde heffingskortingen. Het kan echter zijn dat je ook nog recht hebt op de inkomensafhankelijke combinatiekosten (wegens combineren werken en jonge kinderen), een heffingskorting wegens groene beleggingen, meer of minder ouderenkorting.

Dividendbelasting
Als je in je vermogen beleggingen hebt zitten, dan kan het zijn dat er dividend uitgekeerd is. Is er dan sprake van ingehouden dividendbelasting, dan mag je dat verrekenen met de inkomstenbelasting die je nu moet betalen. Dat geldt zowel voor Nederlands dividend als (onder voorwaarden) voor buitenlands dividend.

Aanslaggrens
De aanslaggrens is het bedrag waarboven een aanslag ook betaald moet worden. Aanslagen die resulteren in een bedrag tot de aanslaggrens worden omgezet in een zgn. nihil-aanslag. Fiscale partners kunnen door gebruik te maken van optimale verdeling van gezamenlijk inkomen en vermogen een van beide aanslagen tot een nihil-aanslag reduceren. De Aangiftecheck doet dit automatisch voor je.

Check je belastingaangifte